
Was chirurg worden een jongensdroom?
Peter: Eerlijk? Ja (lacht), ik zeg dat inderdaad al van kindsbeen af. Dat heeft me altijd aangetrokken. Ik kan dat niet uitleggen vanwaar dat komt, maar ik vind een operatie kwartier een heel fascinerende wereld. Toen ik tijdens mijn stage voor het eerst binnenstapte in het OK voelde ik mij daar onmiddellijk thuis. Dat klinkt misschien raar, maar daar gaat zo’n speciale “vibe” vanuit … Ik heb dat nog steeds. Dat is mijn habitat, ik leef daar echt op.
Kom jij zoals vele van je collega’s uit een doktersfamilie?
Peter: Nee, hoegenaamd niet. Ik kom wel uit een “werkers” familie. Mijn vader heeft me altijd op het hart gedrukt dat wanneer je iets doet, je er volledig voor moet gaan. Mijn ouders waren bovendien ook niet zo welstellend. Ik mocht wel gaan studeren, maar de afspraak was heel duidelijk; ik kreeg één kans. Die heb ik uiteraard met 2 handen gegrepen.
Was de keuze voor orthopedie snel gemaakt?
Peter: Eigenlijk wel. Het technische aspect van orthopedie heeft me altijd aangesproken. In het begin van mijn carrière koos ik voor de combinatie heup en schouder. Vandaag doe ik uitsluitend schouders. De schouder, omdat het een heel complex gewricht is. De chirurgie ervan is enorm uitdagend en bovendien ook heel afwisselend. Dat is een bewuste keuze geweest, omdat je op die manier echt kan excelleren in dat éne gewricht. Je wordt daar na verloop van tijd zo goed in, dat je ook de hele complexe gevallen aan kan. Het scala aan pathologieën is ook eindeloos. Het wordt nooit saai. Nee, de schouder … een heel leuk gewricht (lacht).
Zijn er andere drijfveren geweest om chirurg te worden?
Peter: Ja, toch wel.Wij zien elke dag mensen die op één of andere manier belemmerd worden door een gewricht. Ze hebben pijn, ze slapen ’s nachts niet, … ze zien af. Het feit dat je die mensen kan verder helpen en die pijn kan verlichten of wegnemen, geeft mij een heel fijn gevoel. En ik denk dat dat empathische ook wel echt in mij zit. Ik stel mij graag ten dienste van mijn medemens. Dat klinkt wat wollig, maar dat meen ik echt.

Hoe ben je in feite bij Orthopedie Herentals terecht gekomen?
Peter: Ik heb samen met Steven (Dr. Prof. Steven Claes) gestudeerd. Wij zaten in hetzelfde jaar. Wij hebben altijd een heel nauwe band gehad. En ook met zijn broer Tom (Dr. Tom Claes), die ook in onze opleiding zat, “klikte” het heel goed. Dat zijn 2 toppers in hun vak, maar ook 2 heel warme mensen. Enfin, wij waren meer dan collega’s en spraken toen al uit, dat het wel heel fijn zou zijn om ooit samen te werken. Maar ja, hoe gaat dat? Niet alles loopt in het leven altijd volgens de timing die je in je hoofd hebt en we belandden in andere ziekenhuizen.
En toen?
Peter: Jaren later belde Steven mij op om te vragen of ik niet in Herentals zou willen beginnen. Herentals was en is nog steeds het epicentrum van de orthopedische chirurgie. Hoog aangeschreven en bovendien een plaats waar de tijd wordt genomen voor performante zorg. Ik heb niet lang getwijfeld. En 2 van mijn beste maten werden ook nog eens mijn collega’s. Enfin, ik ben hier terecht gekomen in een heel sterk en hecht team. Een droom die uitkwam.
Jullie team hangt inderdaad heel goed aan elkaar?
Peter: Het niveau van chirurgie ligt hier heel hoog. We zijn allemaal super gedreven in wat we doen, dat schept in feite al een band. Tegelijk houden we onze voetjes op de grond. Dat is een beetje de Kempische mentaliteit denk ik. We zijn hier een voor een hardwerkende, toegankelijke mensen met een groot hart.
Hoe belangrijk is dat team?
Peter: Gigantisch belangrijk. En dan heb ik het niet enkel over de artsen. Verpleegkundigen, medisch personeel in het algemeen, de mensen van de bewaking, van de keuken, de kuisploeg, … Dat vormt hier één geheel. Die familiale sfeer zit hier overal ingebakken.

Je hebt een zware job, hoe ontspan je?
Peter: Sporten. Als je een hele dag fris aan de operatietafel wil staan, moet je fysiek in orde zijn. Maar ook voor het mentale aspect is sport natuurlijk onontbeerlijk. Even je hoofd leegmaken is minstens zo belangrijk.
En naast sport?
Peter: Ik heb graag vrienden en familie rond mij. Het gezellig maken, je hart eens kunnen luchten en samen een goed glas wijn drinken, daar gaat het over hé. Mijn gezin is daarin een belangrijke factor. Als ik eens slecht gezind thuiskom, is dat na 2 seconden over wanneer mijn kinderen mij een knuffel komen geven. Dan kan je relativeren. Dat geeft energie. En de steun van mijn vrouw uiteraard. Zij is anesthesist en heeft dus ook een drukke agenda. Dan moet je een sterk team zijn hé.
Wat maakt jou dag goed?
Peter: Och, eensimpele dankjewel. Merci is een belangrijk woord in het leven. Ik heb het niet noodzakelijk over patiënten hé. Gewoon in het alledaagse leven, mensen zeggen het te weinig tegen elkaar. Het geeft energie. Wat mijn dag ook goed maakt is bijvoorbeeld een complexe operatie waar ik weken mee bezig ben geweest, in overleg ben gegaan, voorbereid tot in de puntjes en het dan zien samenkomen tot een succes. Dan beleef ik een topdag en daar kan ik echt gelukkig van worden. Je kan daarmee zo’n impact maken op iemand zijn welzijn. Dat geeft heel veel voldoening, daar doe ik niet flauw over.

Hoe ambitieus ben je?
Peter: Hetzelfde topniveau aanhouden, die hoge kwaliteit van zorg elke dag opnieuw waarmaken vereist dat je constant moet blijven innoveren, dat je congressen bijwoont en technisch bijblijft. Daarnaast is er de ambitie om te blijven groeien als dienst. Dat betekent dat we toptalenten moeten blijven aantrekken omdat we zo elkaar beter kunnen maken. Die cultuur van elkaar te prikkelen, dat houdt ons scherp. Dat moet het doel zijn. Mijn collega schouderspecialist Tom (Dr. Tom Claes) is daar een goed voorbeeld van. Ik heb van hem, en hij ongetwijfeld van mij, veel geleerd. Hij heeft mij zeker in het begin gepusht om boven mezelf uit te stijgen. Vandaag kunnen we voor alles bij elkaar terecht. Wij helpen elkaar en delen inzichten over bepaalde cases. Dat is een heel fijn gevoel.
Wat zou je geworden zijn mocht je geen arts zijn geworden?
Peter: Als jonge gast heb ik wel eens gedacht om een autogarage te beginnen. Dat technische sprak me aan. Wanneer je me vandaag die vraag stelt, dan zou ik een restaurant begonnen zijn.
Dat is hetzelfde antwoord als Mike (Dr. Mike Tengrootenhuisen).
Peter: Toch eens met Mike gaan praten dan (lacht). Tja, het heeft, weliswaar vanuit een ander perspectief, ook te maken met zorgen voor mensen (knipoogt).

