
Waarom koos je voor chirurgie?
Maarten: Dat is eerder organisch gegroeid denk ik. Ik leg het uit. Mijn papa heeft altijd een grote interesse gehad voor geneeskunde, maar koos uiteindelijk voor burgerlijk ingenieur architect. Toen ik voor de keuze stond heeft hij me eigenlijk, buiten mijn medeweten om, ingeschreven in het ingangsexamen geneeskunde na het vijfde middelbaar. Ik was 17 jaar en ik kon daar toen niet mee lachen. Mijn vader achternagaan was de logische keuze toen, maar eigenlijk had ik er gewoon niet fatsoenlijk over nagedacht. Toch heeft dat bij mij een zaadje gepland. Het heeft iets wakker gemaakt, want gaandeweg in het zesde middelbaar werd alles wat met geneeskunde te maken had meer en meer interessant.

Waarom orthopedische chirurgie?
Maarten: Mijn eerste keuze was longspecialist om heel eerlijk te zijn. In mijn laatste stage “orthopedische heelkunde” van het stagejaar, heb ik dan toch het licht gezien. Ik kwam er in contact met patiënten die intrinsiek niet ziek zijn. Daartegenover moet je bij de meeste disciplines met echt zieke patiënten omgaan zoals zieke kinderen of oncologische patiënten, dat is minder iets voor mij. Bij een orthopedische patiënt mankeert er iets aan het bewegingsstelsel. Iets dat we vaak heel praktisch kunnen benaderen en omzetten in handelen om doelgericht op te lossen. Vervolgens kan je een relatief snel en duurzaam resultaat bekomen. Dat vind ik het mooie aan orthopedie.
Het was geen kinderdroom?
Maarten: Nee, ik wilde eigenlijk mijn vader achternagaan in de architectuur. Als we vandaag met elkaar spreken over onze jobs dan zitten er heel wat gelijkenissen tussen. Maar als ik aan het woord ben, zie je zijn ogen fonkelen. Ik denk dat hij heel graag arts geworden was achteraf gezien.
Geneeskunde draait om mensen. Was dat ook een reden?
Maarten: Zeker wel. Ik ben graag met mensen bezig. Ik heb die interactie nodig. Een patiënt met een probleem doelgericht oplossen of controleren geeft me heel veel voldoening. Het is jammer genoeg niet altijd makkelijk of mogelijk… In sommige gevallen is dat een lang proces, maar ik zeg dan vaak tegen mijn patiënten: “Trust the process”.
Je hebt dan specifiek voor “de knie” gekozen. Waarom de knie?
Maarten: Dat is een moeilijke vraag. Ik vind het een heel interessant gewricht, omdat het zo complex is. Dat zal elke chirurg ongetwijfeld zeggen over zijn specialisatie (lacht). Weet je, de knie is een gewricht waardoor je met een heel uiteenlopend publiek in contact komt: van jonge kinderen met fracturen of sportletsels tot hoogbejaarden met slijtageklachten en alles daartussen. Misschien is het dat, wat er mij zo in aantrekt.
Zijn er bepaalde ingrepen of cases die je voorkeur hebben?
Maarten: Variatie is voor mij belangrijk. Anderzijds, als je iets vaker doet, word je daar ook beter in. Die hyperspecialisatie is binnen onze dienst een bewuste keuze. Ik doe bijvoorbeeld samen met mijn collega Steven (Dr. Prof. Steven Claes) eerder de jongere, sportieve patiënten met acute letsels. Ik doe dat graag en geloof er ook in dat ik daar doorheen de jaren alleen meer beter kan van worden. Binnen ons breder team zijn we gelukkig ook heel complementair.
Hoe belangrijk is dat team?
Maarten: Superbelangrijk. Mij is altijd verteld geweest dat als je als orthopedisch chirurg ergens aan de slag wil gaan, je met drie parameters rekening moet houden. De regio waarin je aan de slag kunt, het team waarin je terecht komt en het gewricht waarin je je wil specialiseren. Je zal bij één van die drie water in de wijn moeten doen om ergens te kunnen beginnen, want werk vinden is niet altijd even gemakkelijk. Ik ben “met mijn gat in de boter gevallen” omdat ik dat niet heb moeten doen. Ik ben in een team beland van echte experts. Ze zijn bovendien één voor één vrienden geworden. Daarnaast woon ik op nog geen 20 km van het ziekenhuis en ben ik afkomstig van de streek. Dus ja, dat is geweldig hé.
Leg je vinger eens op de sfeer binnen jullie dienst?
Maarten: Ik vermoed dat het met organische selectie te maken heeft. We zijn hier gelijkgestemde zielen met een hart voor de patiënt. Het gaat niet enkel over “een goede chirurg zijn”.

Wat heeft jouw carrière bepaald?
Maarten: Aan het einde van mijn stagejaren kwam ik terecht in AZ Herentals. Zoals alle assistenten heb je een introductiegesprek met je stagemeester, in mijn geval Steven Claes. Ik had nog geen perspectief op een plaats om te werken dus ik heb mijn stoute schoenen aangetrokken en heb van dat gesprek een soort van vrije sollicitatie gemaakt (lacht). Ik weet nog goed dat ik bij Steven op zijn gezicht kon aflezen dat hij niet goed wist wat er aan het gebeuren was (lacht nog harder). Ik moet gedacht hebben: “Een nee heb je …” Achteraf gezien is dat een belangrijke zet gebleken. Er zijn toen veel deuren opengegaan voor mij. Het was de start van een lopende sollicitatie van een klein jaar. Ik heb dat jaar alles gegeven en laten zien wat ik in mijn mars had en dat is de reden waarom ik hier vandaag zit.
Je kwam toen terecht in een heel sterk team?
Maarten: Dat kan je wel zeggen. Niet alleen een sterk team, waar de kwaliteit van de zorg erg hoog ligt, maar ook een heel hecht team. We zien elkaar wekelijks en mijn direct team van de knie-unit bijna dagelijks.
Hoe hou je het evenwicht in je leven?
Maarten: Ik heb thuis 2 kleine dochtertjes rondlopen. Wanneer die naar me toe spurten als ik thuiskom, dan helpt dat om het hoofd leeg te maken. Ook mijn vrouw, die zelf geen arts is, zorgt voor dat evenwicht. Het doet me goed om thuis niet altijd over mijn job te spreken. Wat ook heel belangrijk is voor mij, is even gaan joggen. Dat hoeft niet lang te zijn, maar ik heb het echt nodig om tot rust te komen. Het houdt me ook fit natuurlijk. Zo’n dag in het operatiekwartier is niet te onderschatten.
Jullie behandelen veel sporters. Helpt het als je zelf ook sportief bezig bent?
Maarten: Absoluut. Ik denk dat ik me daardoor beter kan inleven in de mindset van een sporter. Het helpt om zijn of haar verhaal beter te begrijpen en zo samen naar een specifiek doel te werken.

Wat maakt je dag goed?
Maarten: Mijn dochtertjes bij thuiskomst van het werk! Ook eens goed gaan joggen in de natuur doet wonderen met mij. Als mijn vrouw me thuis de muren ziet oplopen, dan spoort ze me aan om te gaan joggen. Ik ben na mijn loopje een andere mens.
Wat zou je geworden zijn, als je geen arts was geworden
Maarten: Dan kom ik uit bij het beroep van mijn papa. Hij is burgerlijk ingenieur architect. Nu ja, in de praktijk heeft hij soms een hondenstiel, zo zegt hij zelf. Hij vindt dat ik de juiste keuze heb gemaakt als hij mij nu bezig ziet. We merken ook meer en meer gelijkenissen in onze beroepen, maar ik denk dat ik meer voldoening krijg dan hij. Ik denk dat hij een hele goed arts zou geweest zijn.
Waar haal je het meest voldoening uit?
Maarten: Een patiënt die me na een behandeling – al dan niet na een operatie – vertelt dat het beter gaat; dat hij blij is met het traject waarvoor we samen hebben gekozen. Of het nu gaat over een quasi volledig herstel of een verbetering in levenskwaliteit, als mijn patiënten content zijn, dan ben ik content. In dat geval heb ik een verschil kunnen maken en dat is heel fijn.
Hoe ambitieus ben je?
Maarten: Ik zal dat nooit van de daken schreeuwen, maar ik ben zeker ambitieus. Ik wil voortdurend blijven groeien. Stilstaan is achteruitgaan.

