
Waarom ben je chirurg geworden?
Anne: Bij de meeste van mijn collega’s was dat ongetwijfeld een plan. In mijn geval heeft het in feite meer met toeval te maken. Ik wilde eigenlijk medisch onderzoek gaan doen. Ik dacht dat dat heel interessant ging zijn (lacht). Ze zeiden me dat de beste voorbereiding hiervoor de kandidaturen geneeskunde zouden zijn. Ik heb mij dan ingeschreven en ben blijven “plakken”. In mijn stagetijd kwam ik in contact met orthopedie in het OK en ik had onmiddellijk zoiets van: “Hier voel ik mij thuis, dit wil ik gaan doen”.

En waarom precies Voet en Enkel?
Anne: Wel, voet en enkel zijn heel veel gewrichtjes. En het is ook heel gevarieerd; dat zijn sportletsels, maar ook artrose, stand-afwijkingen, … Je behandelt kinderen, sporters, oudere mensen, … Die mix maakt het leuk. Voor mij was dat “liefde op het eerste gezicht”.
Welk moment in je carrière is bepalend geweest?
Anne: Ik heb eerst in Sint-Niklaas gewerkt als orthopedisch chirurg. Na mijn stage werd mij gevraagd of ik niet wou blijven. Ik heb dan enkele jaren in Sint-Niklaas gewerkt, maar op een gegeven moment wilde ik terug naar de Kempen (lacht). Ik heb toen contact opgenomen met Steven (Dr. Prof. Steven Claes). Ik kende hem al van mijn assistentschap. Op het moment dat ik hem contacteerde bleek dat Ortho Herentals volop in een procedure zat om een voetchirurg aan te trekken. Het was dus hoog tijd (lacht). Diezelfde avond ben ik naar Steven thuis gereden en heb ik mijn kandidatuur gesteld. Zo ben ik bij Ortho Herentals terecht gekomen. Dat is een enorme stap voorwaarts in mijn carrière gebleken.
Je kwam daar terecht in een groot team van specialisten? Hoe belangrijk is dat team?
Anne: Extreem belangrijk. We zijn verdeeld in sub-units (volgens gewricht) en elke subunit bestaat uit minstens twee orthopedisten. Dat wil zeggen dat je altijd iemand hebt waarmee je kan overleggen. Ongelooflijk waardevol, dat je met 2 blikken naar 1 casus kan kijken. Maar ook aan de andere specialisten kan je altijd advies vragen. Er is heel veel overleg en heel veel transparantie. Dat kan omdat de sfeer hier “veilig” genoeg is. Wanneer je met een complexe of “ambetante” case zit kan je raad vragen bij mekaar.
Wat trok je het meest aan, het technische of het zorgende aspect van geneeskunde?
Anne: (twijfelt) … Ik denk initieel toch het “zorgende”. Maar toen ik in contact kwam met orthopedie kwam daar het “technische” bij. Weet je, je kan heel veel “doen” binnen orthopedie. Ik herinner mij dat ik in mijn studietijd neurologie heel interessant vond als vak, maar tijdens mijn stage zag ik dat de opties om mensen beter te maken beperkt waren. Binnen orthopedie kan je de meeste problemen wel concreet aanpakken. Je kan mensen terug op de been helpen. Dat vind ik er heel tof aan.
Wat betekent “zorg” voor jou?
Anne: In de eerste plaats goed luisteren naar patiënten. Je moet begrijpen wat ze willen. Soms hebben mensen gewoon een duidelijke uitleg nodig. Soms willen ze gerustgesteld worden dat ze met hun probleem kunnen verder doen. Dat ze het niet erger maken als actief blijven. Je moet je tijd nemen om de juiste info uit de patiënt trachten te halen om de juiste uitleg terug te kunnen geven.

Hoe pak je dat concreet aan?
Anne: Wij beperken heel bewust onze “flow” op de raadpleging. Je kan als je wil meer patiënten zien dan wij nu doen. Dan heb je voor elke patiënt een paar minuten. Dat kan je volgens mij niet kwaliteitsvol doen. Als er eens een complexer geval tussen zit en daar is een half uur, 3 kwartier voor nodig, dan is dat ook zo. Wij zien liever 20 patiënten zoals het hoort, dan te kiezen voor volume en rap, rap.
Waar kan je echt gelukkig van worden in je job?
Anne: Wat ik het leukste vind, is het opereren an sich, en dan zeker de fracturen. Dat is heel uitdagend en bovendien nooit hetzelfde. De technieken inzetten om de puzzel -soms letterlijk- te leggen, dat vind ik fantastisch.
Kan je iedereen verder helpen?
Anne: Nee helaas, dat is iets dat je moet leren in de geneeskunde. Zelfs al doe je alles juist, dan nog is de patiënt achteraf niet altijd pijnvrij. Andersom kan het ook zijn dat operaties die moeilijk zijn en niet helemaal lopen zoals je wilt, tevreden patiënten opleveren. Er is altijd een onvoorspelbare factor. Dat moet je kunnen aanvaarden. Wat we wel kunnen doen, ook al kan je het probleem zelf niet oplossen, is de levenskwaliteit van de patiënt zo goed mogelijk verbeteren. Juist dan neem ik extra de tijd om de zaken duidelijk uit te leggen en/of te zoeken naar hulpmiddelen zoals aangepast schoeisel, etc.
Er heerst hier een bijna familiale sfeer. Hoe komt dat?
Anne: Dat komt volgens mij door de paradoxale mix van 100% vertrouwen in ons eigen vakmanschap, zonder dat dat arrogant bedoeld is. Het gaat over het geloof in eigen kunnen, maar we zijn tegelijk ook nuchtere Kempenaars met de voetjes op de grond. Als patiënten hier binnenkomen dan staan wij op dezelfde hoogte.
Hoe ontspan jij naast het werk?
Anne: Ik ben een recreatieve loper, voor mij geen marathons of trail running. Dat ontspant me. Daarnaast heb ik een hele grote vriendenkring, de scoutsbende van vroeger, waar ik regelmatig mee op stap ga. Dat blijft ook heel plezant.
Waarom is dat belangrijk?
Anne: Fysieke paraatheid is uiteraard belangrijk in onze job, maar ook het feit dat je zelf sport wanneer je bijvoorbeeld sporters behandelt, helpt om in hun mindset te geraken. Snap je? Dat je begrijpt waarom iemand sport in zijn leven zo belangrijk vindt. Dan ben je zelf nog meer gemotiveerd om te helpen in plaats van te zeggen: “stop met sporten”. Sommige mensen op leeftijd bijvoorbeeld krijgen dat advies echt. Misschien krijg je die bepaalde patiënt niet meer zoals daarvoor, maar ik ga altijd mijn uiterste best doen om die mensen zo actief mogelijk te houden.

Wat kan jouw dag goed maken?
Anne: Grapjes op de dienst tussen collega’s onderling, patiënten die een oprechte merci zeggen, … ja, dat kan deugd doen.
Wat zou je geworden zijn mocht je geen arts zijn geworden?
Anne: Dan denk ik dat ik onderzoek en onderwijs had gekozen. Lesgeven was oprecht ook een optie.
Hoe fel helpt technologie in jouw vakgebied?
Anne: Orthopedie blijft voor een stuk ambacht, schrijnwerkerij, maar de technologie maakt het ons wel gemakkelijker. Zo helpt bijvoorbeeld 3D printing bij de voorbereiding van een operatie. Het geeft veel preciezer inzicht.
Dat ambacht, moet je dat “hebben” of kan je dat leren?
Anne: Ik denk toch dat je dat voor een stuk in u moet hebben. We zien dat bij stagairs die hun eerste stappen in het OK zetten. Er zijn er bij die daar onmiddellijk floreren en er zijn er die bij wijze van spreken de uren aftellen tot de dag voorbij is. Het is de combinatie van mentaliteit en handigheid. En je moet bovendien relatief snel beslissingen kunnen maken. Niet iedereen is daarvoor gemaakt.
Welke ambities heb je nog?
Anne: Ik ben heel blij hoe het nu loopt. Ik ben hier heel gelukkig. Uiteraard is er de ambitie om onze dienst te blijven uitbouwen. Daar zet ik mee mijn schouders onder!

