
Waarom ben je chirurg geworden?
Steven: Ik wilde altijd iets in de zorg doen, maar ik ben nogal ongeduldig van aard. Daarom koos ik voor een discipline waar je relatief snel resultaat kan boeken. Internist zou ik bijvoorbeeld nooit kunnen zijn. Ook de technische vaardigheid die bij chirurgie komt kijken, trok me enorm aan. Mijn belangrijkste drijfveer is echter dat ik graag met mensen omga en dat ik ze wil verzorgen en verder helpen.

Wist je dat als kind al?
Steven: Nee, hoegenaamd niet. Mijn pa (Dr. Toon Claes) was ook chirurg. Vele mensen zullen denken dat ik in zijn voetsporen wou treden. Ik heb heel lang -net om die reden- iets anders willen doen. Ik heb heel lang getwijfeld tussen geneeskunde, studio Herman Teirlinck, bio-ingenieur, geschiedenis of filosofie. Om mijn opties open te houden deed ik alvast mee aan het ingangsexamen geneeskunde. Ik was geslaagd (lacht) en dat heeft de bal aan het rollen gebracht. Voor mij was het wel snel duidelijk dat ik binnen de geneeskunde iets met chirurgie, iets met beweging, iets met sport wilde doen. Tja, dan kom je uit bij orthopedie hé.
Waarom de knie?
Steven: Mijn specialisatie is in feite knie en sport. Ik zie bijvoorbeeld ook heel veel sporters met niet-knie gerelateerde letsels. Ik ben bovendien heel gefascineerd door artroscopie, de zogenaamde kijkoperatie. Dat gebeurt d.m.v. een mini-camera doorheen 2 miniscule gaatjes waardoor we niet moeten snijden. Dat is heel technisch en precies. Ik kijk dus voortdurend op een scherm, wat ik met mijn handen aan het uitvoeren ben. Het heeft iets van een computergame. De twee gewrichten die zich hiervoor het best toe lenen zijn knie en schouder. Mijn ambitie was dus om “knie- en schouder-artroscopist” te worden. Daar lag mijn passie. Dat zijn niet toevallig twee van de meest voorkomende kijkoperaties die je bij sporters doet. Het heeft minder met slijtage te maken, maar meer met acute letsels. De optie schouder is dan eerder gaandeweg weggevallen omdat ik tijdens mijn doctoraat op vraag van mijn promotor vooral met de knie bezig was.

Is er een bepalend moment in je carrière geweest?
Steven: Ja, dat was dat doctoraat. Ik heb daar 4 jaar van mijn leven aan gespendeerd. Dat is gelukkig een straf doctoraat geworden over een gedeelte van de knie waar nog geen weet van was en waar nog geen naslagwerk van bestond. Dat is binnen onze sector wereldnieuws geweest en heeft heel veel positiefs met zich meegebracht. Wat mijn team en ik toen in onze thesis hebben aangetoond, is vandaag “common practice” geworden. Ik heb in die periode heel veel geleerd over hoe iets van het wetenschappelijke labo naar het bed van de patiënt geraakt. Over hoe die keten van wetenschappelijke, medische kennis tot stand komt. Dat vond en vind ik superboeiend, want het geeft een veel ruimere kijk op de job die ik dagelijks doe. Dat is wel echt mijn ding. Tegelijk legde het ook wat mindere kantjes van de medische wereld bloot, maar goed, dat heb ik een plaats kunnen geven (lacht).
Het lijkt alsof je die afwisseling ook nodig hebt?
Steven: Klopt!Ik denk niet dat ik persoonlijk voldoende uitdaging zou vinden in alleen de alledaagse uitvoering van mijn job. Terwijl ik besef dat dat voor anderen juist rust geeft.
Zijn er grote technologische evoluties geweest in de kniechirurgie sinds jij begon?
Steven: De principes blijven dezelfde, maar uiteraard schuift de technologie mee op. De resolutie en algemene kwaliteit van de camera’s bijvoorbeeld is heel fel verbeterd. Maar waar er vooral veel veranderd is, is in alles wat rond de chirurgie hangt. De manier waarop we de patiënt fysiek en mentaal voorbereiden op een operatie, de revalidatieprotocollen, de medicatie, … M.a.w. het optimaliseren van de uitkomst, door het lichaam zo goed als mogelijk een ingreep te laten verteren. Daar zijn we veel beter in geworden.
Lange ziekenhuisverblijven komen vandaag minder voor. Na een operatie blijven patiënten vaak slechts een 3-tal uren in de kliniek. De dag nadien mogen ze al voorzichtig beginnen stappen en begint de revalidatie. In de jaren 80 werd er meer gesneden, nu zetten we die fijne artroscopie in, overal waar dat kan. Dat maakt een groot verschil.
De technologie staat natuurlijk nooit stil. Zo is augmented reality in opmars tijdens de kijkoperatie. Het is echter niet puur de technologie die maakt dat we een patiënt beter en beter kunnen helpen. Het is een combinatie van voortschrijdende inzichten, geholpen door technologie en een betere omkadering van de patiënt in het algemeen.
Is er een bepaalde patiëntencase die je niet snel gaat vergeten?
Steven: Zo zijn er elke week denk ik. Ik ben in deze job gestapt om mensen te verzorgen. Dat komt nog het meest tot uiting als je mensen verzorgt die heel dicht bij jezelf staan. Dat is het ultieme, snap je? Zo heb ik mijn eigen vrouw al twee keer geopereerd. De tweede keer was trouwens een heel complexe ingreep, na een ski ongeval. Veel van mijn collega’s snappen niet dat ik dat kan, maar voor mij is dat voor de handliggend. Ten eerste geloof ik zodanig hard in mijn eigen kunnen dat ik er van overtuigd ben dat niemand dat beter gaat doen dan ikzelf (lacht). Ja, wat wil je nu dat ik zeg? Het ging over mijn “signature” ingreep. Mijn hele carrière is gebouwd op kruisbandoperaties! Ten tweede is het verzorgen van mensen mijn levensdoel. Als je dan mensen kan of mag verzorgen die heel dicht bij jezelf staan, dan is dat nog waardevoller. Zo sta ik daarin.

Je hebt ook heel wat topssporters behandeld. Is dat speciaal?
Steven: Tja, in zekere zin is dat een patiënt als een andere, alleen ligt de druk dikwijls nog hoger. Je hebt de wensen van de atleet, de medische staf rond hem of haar met bepaalde verwachtingen, de media, … Speciaal is het zeker!
Wat maakt het team van Orthopedie Herentals zo uniek?
Steven: Ik denk dat ons team over hetzelfde DNA beschikt. We zetten altijd de patiënt centraal. We interpreteren de klacht of het verhaal van onze patiënten als in een geheel eerder dan dat we vakidioten zijn. Die heel menselijke benadering van onze dienst onderscheidt ons echt van sommige andere diensten.
Dat is niet toevallig. Wij werken heel bewust en actief aan onze onderlinge, persoonlijke relaties. We horen vaak van assistenten die hier gedurende een jaar hun opleiding vervolledigen dat ze ervaren dat onze groep goed aan elkaar hangt. Het is hier natuurlijk niet altijd happy happy, joy joy hé. Maar we beschikken wel over een goede debatcultuur waar er ondanks meningsverschillen heel veel respect is naar elkaar toe. Bij ons is het patiënt eerst, dan het team en dan pas de chirurg als individu.
Je werkt ook samen met je broer. Valt dat mee?
Steven: Ik heb natuurlijk wel wat ervaring als het aankomt om met familie samen te werken. Tot over een paar jaar werkte ik ook samen met mijn pa. Dat is hier de Sopranos hé (lacht). Valt dat mee? Ja dat valt heel goed mee. Dat was en is nog steeds boeiend. Met mijn broer kom ik op het werk niet zo heel veel in contact omdat hij in een andere discipline aan de slag is. Mijn pa zat als gerenommeerde kniechirurg binnen mijn eigen unit. Dat contact was dus vrij intens. Je kent elkaar door en door, maar uiteraard verschil je wel eens van mening. En in het weekend zit je dan aan de familietafel (lacht). Daar werd de discussie dan verder gezet (lacht) tot grote vreugde van onze tafelgenoten, euhm. Al bij al viel dat goed mee hoor. En zeker met mijn broer gaat dat perfect.

Je bent naast kniechirurg ook diensthoofd. Is dat gemakkelijk te combineren?
Steven: Als diensthoofd vertegenwoordig je de hele groep. Dat is een extra verantwoordelijkheid natuurlijk, maar ik word daarin heel goed bijgestaan door 3 andere bestuursleden die sommige taken uit mijn handen nemen. Administratie bijvoorbeeld, daar ben ik heel blij mee (lacht), want hoe zal ik het zeggen: “Dat is niet mijn sterkste kant.”
Wat doe je om te ontspannen?
Steven: Ik doe heel wat duursport (lopen en fietsen) individueel of met vrienden. Het is dé manier voor mij om “mindful” te worden. Ik gravelbike veel en mijn “guilty pleasure” is Zwift. Daar kan ik mij helemaal in verliezen. Verder ben ik heel graag in de bergen. Ik ben echt in het verkeerde land geboren. Skiën, klimmen, hiken, trail runnen, … Als het naar boven en naar beneden gaat dan ik doe het allemaal even graag. Ik ben niet zo’n zeeman (lacht), ik heb niets met watersport.

Nog andere manieren om te ontspannen?
Steven: Wijn! Ik heb een internationale sommelier opleiding gevolgd. Wijn vind ik onwaarschijnlijk interessant en ik kan er mij volledig in verdiepen. Ik ben trouwens samen met mijn pa en mijn 2 broers eigenaar van 2 hectare wijndomein in Frankrijk. We zijn er een familiaal wijnlabel aan het uitbouwen. Dat vind ik de max.
Wat zou je geworden zijn mocht je geen arts geworden zijn?
Steven: Berggids! Omdat het een job is die heel veel skills, kennis en inschatting vereist. Je hebt er ook leiderschap voor nodig om je klanten in een teamdynamiek veilig doorheen uitdagende situaties te gidsen. Een beetje zoals in mijn huidige job zeker? Met dat verschil dat ik dagelijks in de bergen zou kunnen vertoeven (lacht).
Hoe zie je de toekomst voor jezelf en voor Orthopedie Herentals?
Steven: Ik hoop dat wat ik nu aan het combineren ben, nog lang succesvol mag combineren. Ik “thrive” op het hebben van verschillende uitdagingen tegelijk. Dat geldt ook voor mijn vrijetijdsbesteding. Verder wil ik mij inzetten om onze dienst te doen blijven groeien en haar reputatie te blijven verdedigen en uit te bouwen. Dat dagelijks blijven waar maken en zorgen dat onze patiënten-beleving top blijft, zou mij heel gelukkig maken.

