usability: skip to content, skip to sitemenu



Patiënteninformatie

Artrose of slijtage van de pols

Wat is artrose?

Artrose is slijtage, of het afbrokkelen van het gewrichtskraakbeen. Het is deze veerkrachtige bekleding met kraakbeen op beide uiteinden van de botten van een gewricht, welke een gewricht bijna zonder weerstand doet glijden.

Als dit kraakbeen afbrokkelt, dan glijdt het gewricht niet gladjes en kraakt het eventueel. Het gewricht probeert dan hieraan een oplossing te bieden door vocht aan te maken (ontsteking van het gewricht).

Dit verdwijnen van het kraakbeen gaat gradueel voort tot alle kraakbeen weg is en het bot op bot schuurt. Ook hieraan probeert het gewricht een oplossing te bieden door papegaaibekken, zgn osteofyten, aan te maken op de randen van het gewricht, om dit stijver te maken in een poging dit gewricht te laten vastgroeien.

Hoe ontstaat dit thv de pols?

  1. Primaire osteoartrose is zeldzaam, en begint voornamelijk thv het gewricht tussen scaphoid-trapezium en trapezoid.
  2. Secundaire artrose tgv een trauma of luxatie of tgv een instabiliteit is de meest voorkomende vorm.
    • In de normale pols is er een synchrone beweging tussen de twee rijen carpale beenderen (handwortelbeentjes) (zie biomechanica). Bij ligamentaire letsels van de pols is dit evenwicht verstoord waardoor de gewrichtjes niet langer als 2 lepeltjes in elkaar passen. Deze ligamentaire letsels kunnen optreden door een trauma (een scheur van het ligament) of door inflammatoire aandoeningen zoals chondrocalcinose of rheumatoide artritis.
    • Daarnaast kan ook een trauma (zoals bv een vroegere intra-articulaire polsbreuk) het kraakbeen beschadigen.
  3. Inflammatoire aandoeningen kunnen op zich ook al aanleiding geven tot het ontstaan van artrose door aantasting van het kraakbeen.
  4. Na een infectie.
  5. Na een chondrolyse.

Zijn er specifieke patronen?

Watson en Ballet beschreven in 1984 een duidelijk patroon van degeneratieve artritis bij patiënten met een scheur van het scapholunaire ligament. Dit werd het schapholunate advanced collapse (SLAC) patroon genoemd. Achteraf is gebleken dat ook aantasting van het scapholunaire ligament door chondrocalcinose (neerzetting (of opstapeling) van calcium pyrophosphate dihydrate kristallen) of door rheumatoide arthritis (RA) ditzelfde patroon volgen.

Ook langdurige (chronische) breuken van het scaphoid die niet tot heling komen (nonunions) of in een foute stand geheeld zijn (malunions) volgen dit SLAC patroon van slijtage en artritis, maar worden dan respectievelijk met de correcte term SNAC (scaphoid nonunion advanced collapse) of SMAC (scaphoid malunion advanced collapse) benoemd.

Onfhankelijk van de onderliggende aandoening, vertoont het SLAC patroon een consistente vooruitgang (progressie) van de slijtage:

  1. Graad I: slijtage treedt op tussen de tip van het radiostyloid en het scaphoid
  2. Graad II: het gehele radioscaphoid gewricht vertoont slijtage
  3. Graad III: het radiolunair gewricht blijft gespaard maar de slijtage zet zich voort in het gewricht tussen capitatum en lunatum

Hoe stelt men de diagnose?

Doorgaans volstaat een klassiek RX met face, profiel en 3/4 opname, eventueel aangevuld met een radiale en ulnaire deviatie opname en een gebalde vuist opname (clenched fist).

Wat is de conservatieve behandeling?

Elk behandelingsadvies dat wordt gegeven is op individuele basis opgemaakt, rekening houdend met:

De conservatieve behandeling kan initieel bestaan uit het innemen van een ontstekingsremmer (NSAID) samen met medicatie die het kraakbeen versterken (chondroprotectie), eventueel een cortisone infiltratie en het dragen van een polsbrace.

Wat is de operatieve behandeling?

Er zijn verschillende mogelijke operatieve behandelingen. Deze zijn steeds eigen aan de plaats en de omvang van de artrose en aan de activiteit en vereisten van de individuele patiënt.

Het doel op zich is het bekomen van een pijnvrije, stabiele en functionele pols afhankelijk van patiënt.

De behandeling is steeds gericht om zoveel mogelijk beweging te bewaren, maar moet daarnaast ook kunnen garanderen dat een groot deel van de pijn wordt weggenomen. Een garantie dat uw pijn volledig weg is, kan niet worden geboden. Doorgaans wordt aan u gevraagd uw pijn in te schatten op een schaal van 0 tot 10 (VAS, visual analogue scale) en wordt daarbij uitgelegd dat het de bedoeling is uw pijn zoveel mogelijk naar het nul-punt te brengen.

De ingrepen die beweging behouden (motion preserving) worden onderverdeeld in:

Als de beweging niet kan bewaard worden, dient de pols volledig vastgezet te worden:

Overzicht van de meest courante operatieve behandelingen

Uw arts zal samen met u de mogelijke operatieve technieken voor uw specifieke probleem uitleggen en schetsen, en daarbij alle voor- en nadelen van de afzonderlijke technieken met u overlopen. Hij zal ook trachten de voor u best geschikte behandeling naar voor te schuiven.

Keuze van botgreffe

Als we 2 of meerdere handwortelsbeentjes aan elkaar willen vastzetten, dan is het belangrijk dat deze relatief de juiste positie tov elkaar bewaren. We doen dit door de ruimte die ontstaat na het uitruimen van het gewricht (waarbij het kraakbeen wordt verwijderd tot op mooi doorbloed bot), op te vullen met greffen.

Autologe greffe (greffe van de patiënt zelf) genieten hierbij de voorkeur omdat deze de beste biologische eigenschappen (zijn osteoinductief (botaantrekkend) en conductief (botvorming geleidend) en bevatten nog levende osteogene (botvormende) cellen). Deze greffe vergen vaak wel een bijkomende incisie (bv thv pols of eigen bekkenkam).

Een andere keuze kan bestaan uit allogreffe (greffe van een levende (bv heupkop na heupprothese) of gestorven mens) of uit kunstmatig bot. De allogreffe hebben als voordeel dat er geen bijkomende chirurgie moet gebeuren om de greffe te bekomen, doch de kwaliteit van dit bot is minder: afwezigheid van osteoinductie en botvormende cellen.

Opgelet: een absolute rookstop is uitermate belangrijk om tot een goede botheling bij een fusie te komen!




Login: